Jurisprudentie – 21 februari 2018 Wrakingskamer (ECLI:NL:RBNNE:2018:523)

De ex-echtgenote van de schuldenaar heeft een vordering ingediend. De bewindvoerder betwist deze vordering niet en heeft deze ter verificatie aangeboden. De schuldenaar is het niet eens met de beslissing van de bewindvoerder. Hierop besluit hij de rechter-commissaris te wraken. Hij stelt dat de rechter-commissaris zijn toezichthoudende taak beter had moeten uitvoeren. De wrakingskamer meent dat de rechter-commissaris zijn toezichthoudende taak niet onvoldoende heeft uitgeoefend. Uit de wet vloeit voort dat het uiteindelijk de bewindvoerder is die beslist over eventuele betwistingen van de vorderingen en niet de rechter-commissaris. De verificatievergadering is niet bedoeld om bedoeld om te beoordelen of de bewindvoerder een rechtens juiste keuze heeft gemaakt. Tot slot wijst de wrakingskamer er op dat wraken niet een middel is om onwelgevallige beslissingen aan te vechten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen. Lees hier de hele uitspraak.

Vorig bericht
Jurisprudentie – HR 2 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:145)
Volgend bericht
Gemeenten vergeten het meest effectieve instrument tegen schulden – persbericht BBW in reactie op uitzending nieuwsuur 1 mei 2018

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Menu