Column Geert Lankhorst * – Verzoek eerdere Wsnp-ingangsdatum toegewezen

Nieuws

Verzoek om een eerdere ingangsdatum vast te stellen (zeven maanden terug) wordt toegewezen, mede gezien het sparen op de beheerrekening bij de beschermingsbewindvoerder. Een mooi voorbeeld van een Boek 1 BW-bewind dat via dit Haagse toelatingsvonnis een directe invloed heeft op een opvolgende wettelijke schuldsaneringsregeling.

Toelatingszitting

De heer X heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek is behandeld op de zitting van 12 september 2023, waar verschenen verzoeker X zelf, mevrouw B als beschermingsbewindvoerder, en een hulpverleenster via de telefoon. X heeft verzocht om de looptijd van de schuldsanering te verkorten met zeven maanden (dus terugtellend tot februari 2023). Gebleken is, zo oordeelt de Haagse rechtbank, dat X in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden (art. 284 Fw).

Goede trouw en problematische situatie

De rechtbank onderkent dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de goede trouw van X ten aanzien van het ontstaan van bepaalde schulden over de toetsingstermijn van de afgelopen drie jaren. Toch acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat X de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan van zijn schulden in voldoende mate onder controle heeft gekregen. X heeft een onderneming gedreven en is volgens eigen zeggen bestolen door werknemers. Hierdoor is zijn onderneming in 2019 opgeheven en is ook nog zijn woning geveild. Mede hierdoor heeft hij momenteel last van psychische en lichamelijke problemen en staat hij op een wachtlijst voor behandeling. Volgens het Medisch sociaal advies van 28 april 2023, is X gedeeltelijk arbeidsongeschikt en kan hij niet meer werken dan 20 uur per week. X heeft op dit moment geen vaste verblijfplaats, enkel een postadres.

Stabiele situatie

Vastgesteld kan worden – zo redeneert de Haagse rechtbank – dat de situatie sinds anderhalf jaar stabiel is en dat deze wending ten goede kennelijk is ontstaan doordat X zich op 31 maart 2022 onder beschermingsbewind heeft laten stellen. Hij werkt 20 uur in de week en staat sinds enige tijd op een wachtlijst voor een huurwoning. Alles overwegend is voor de rechtbank voldoende aannemelijk dat X de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van zijn schulden onder controle heeft. X is zich bewust van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, hij is voldoende gemotiveerd en ook in staat die verplichtingen na te komen. Daarom zal de rechtbank met toepassing van de hardheidsclausule van art. 288 lid 3 Fw het schuldsaneringsverzoek toewijzen.

Ingangsdatum

Art. 349a lid 1 Fw bepaalt sinds 1 juli 2023 dat de termijn van de schuldsanering begint te lopen (ingaat) op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsanering, of reeds vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling hanteren de rechters de volgende Recofa- uitgangspunten : (1) aflossen is maximaal aflossen, (2) de hoogte van de aflossing wordt vastgesteld aan de hand van het vrij te laten bedrag (Vtlb) zoals berekend met de Vtlb-calculator van Bureau Wsnp en (3) invulling van de inspanningsplicht zoals dat gebruikelijk is in de wettelijke schuldsanering (Bijlage III Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken Landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsanering, onder 5.3.6).

Schuldsaneringsverplichtingen golden eerder reeds

Een eerdere ingangsdatum (vóór de dag van de toelatingsuitspraak) betekent dat al vanaf die eerdere datum de schuldsaneringsverplichtingen gaan gelden. Een van die verplichtingen is de afdrachtplicht, die inhoudt dat maandelijks het verschil tussen de netto inkomsten van een schuldenaar en het Vtlb aan de boedel moet worden afgedragen / afgelost. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus bij een verzoeker achtereenvolgens maandelijks sprake zijn geweest van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het verschil tussen de netto inkomsten en het Vtlb. In de situatie van X is dat het geval. De heer X heeft via zijn beschermingsbewindvoerder een bedrag van € 273,05 gespaard.

Amendement nr. 29

De mogelijkheid om een eerdere ingangsdatum te bepalen vloeit voort uit een tijdens de parlementaire behandeling aangenomen amendement. In de toelichting staat vermeld: “Op dit moment is het zo geregeld dat de aflosperiode in de Wsnp pas ingaat vanaf het moment dat de rechter uitspraak doet. Dit terwijl mensen met problematische schulden dan soms al vele maanden tot zelfs ruim een jaar aan het aflossen zijn. Deze extra aflossingen hebben geen effect op het bedrag of de duur van de schuldsaneringsregeling die de rechter uitspreekt. De indiener (van het amendement) is van mening dat dit ongewenst is en om die reden regelt dit amendement dat de termijn van de schuldsaneringsregeling start vanaf het moment dat de eerste aflossing is gedaan in het kader van de gemeentelijke schuldhulpverlening.” (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 35 915, nr. 29).

Sparen op beheerrekening

De rechtbank leidt hieruit af dat de wetgever bij een volledig schuldsaneringstraject (dus het minnelijk traject én het wettelijke traject) een aflosperiode van 18 maanden tot uitgangspunt neemt. De rechtbank stelt vast dat gezien de situatie van X geen minnelijk traject is uitgevoerd en ook geen aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Wel heeft X vanaf februari 2023 op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder een bedrag van € 273,05 gespaard voor zijn schuldeisers (inkomsten € 6.300,44 minus Vtlb € 6.027,39). Een mooi voorbeeld van een Boek 1 BW-bewind dat via dit toelatingsvonnis een directe invloed heeft op een opvolgende wettelijke schuldsaneringsregeling.

Uitkomst

Dit leidt tot zeven maanden verkorting van de looptijd. De Haagse rechtbank geeft wel meteen een waarschuwing af : Indien het bedrag van de beheerrekening niet op korte termijn op de boedelrekening wordt gestort, ontstaat er een boedelachterstand en dit kan tot gevolg hebben dat de schuldsaneringsregeling wordt verlengd of zelfs voortijdig – zonder schone lei – wordt beëindigd. Dit kan ook het geval zijn indien komt vast te staan dat vanaf de ingangsdatum andere schuldsaneringsverplichtingen niet (correct) zijn nagekomen. De rechtbank spreekt zodoende met ingang van 12 februari 2023 de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit.

Bron: Rechtbank Den Haag 12 september 2023 ECLI:NL:RBDHA:2023:13996

* Mr. dr. G.H. Lankhorst is beleidsadviseur bij de Directie Rechtsbestel van het
Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast is hij redactielid van het
Tijdschrift Schuldsanering en doceert en examineert Geert Lankhorst
in de Leergang Wsnp van OSR Juridische Opleidingen.

Vorig bericht
Schrijf je in voor de Leergang Wsnp
Volgend bericht
KOT affaire

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.
keyboard_arrow_up