Column Geert Lankhorst * – Toegang tot de schuldsaneringsregeling voor dementerende

De persoon uit dit Friese vonnis lijdt aan een progressieve vorm van dementie en staat inmiddels onder beschermingsbewind. Zijn schulden zijn mede door de dementie ontstaan. Een bijzondere zaak: Het schuldsaneringstraject lijkt in beginsel niet geschikt voor een persoon die lijdt aan een ernstige vorm van dementie. Maar iemand met dementie kan op basis van de richtlijn in het Landelijk Procesreglement toch worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, als er voldoende hulp of een voldoende sociaal vangnet aanwezig is om de schuldsanering te laten slagen. Hierbij speelt niet alleen het beschermingsbewind een rol, maar ook de sterk gereduceerde (inspannings)verplichting in dit geval.

Wijkteam en beschermingsbewindvoerder

Het schuldsaneringsverzoek van meneer A is behandeld ter terechtzitting van 30 juni 2022. Namens verzoeker is verschenen de beschermingsbewindvoerder. Ook is verschenen een hulpverleenster, werkzaam voor het wijkteam. De beschermingsbewindvoerder heeft de rechtbank op 29 april 2022 schriftelijk bericht dat meneer A lijdt aan een progressieve vorm van dementie. Het horen van meneer op de schuldsaneringsaanvraag zou volgens de beschermingsbewindvoerder aan meneer voorbijgaan, maar zou ook te veel van hem vergen, gelet op de hoeveelheid spanning die dit met zich zal brengen. De beschermingsbewindvoerder heeft daarom verzocht af te zien van het oproepen van A, welk verzoek de rechtbank inderdaad heeft gehonoreerd. Vraag is of een debiteur die lijdt aan dementie kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, gezien enerzijds de verplichtingen voor een debiteur en anderzijds het feit dat de schuldenlast mede door de voortschrijdende dementie is ontstaan en onbetaald is gelaten.

Binnen zonder horen

De rechtbank komt tot het volgende oordeel. In verband met de schulden overweegt de rechtbank dat de goede trouw niet in het geding is, nu de schulden mede door de dementie zijn ontstaan waarbij meneer bovendien niet kon terugvallen op hulp. De rechtbank acht het begrijpelijk dat meneer daardoor het zicht op zijn financiën volledig is kwijtgeraakt. De schulden staan derhalve in beginsel niet aan toelating in de weg. De rechtbank dient echter ook te beoordelen in hoeverre het aannemelijk is dat meneer zich naar behoren weet te kwijten van de verplichtingen die uit de wettelijke schuldsanering voortvloeien. Dat lijkt in deze zaak niet zo eenvoudig omdat meneer zelf immers niet ter zitting aanwezig is, en de hoofdregel toch blijft dat de rechter zich ook vooral over de persoon van een verzoeker een oordeel dient te vormen. Hierbij is de indruk die iemand maakt ter terechtzitting een zeer belangrijke informatiebron. Dat de rechtbank bereid is om van het horen af te zien, is dus bepaald een (hoge) uitzondering. De rechtbank moet het dan doen met de informatie van de beschermingsbewindvoerder, die dan vermoedelijk des te vollediger dient te zijn. De rechtbank overweegt als volgt.

Nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen

Van een schuldenaar wordt in beginsel verwacht dat hij zich gedurende de schuldsaneringsregeling houdt aan de daarbij horende verplichtingen. Dit vergt in beginsel een persoonlijke inspanning van meneer, die gelet op de beperkende omstandigheden niet van hem kan worden verwacht. Het schuldsaneringstraject lijkt daarom niet toegesneden op een persoon die lijdt aan een ernstige vorm van dementie zoals in dit geval, zo overweegt de rechtbank. Anderzijds is het toch ook duidelijk – de rechtbank overweegt dit niet – dat in het stelsel van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet zozeer bepalend is wat de (te verwachten) opbrengst voor de schuldeisers zal zijn, maar dat juist de persoonlijke inspanning van de saniet vooropstaat, die met een goede begeleiding ook te volbrengen is voor een saniet met beperkingen.

Uitzondering in Landelijk Procesreglement

De rechtbank zoekt daarom aanknoping bij punt 5.3.3. van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken , waarin voor mensen met een psychosociale beperking een uitzondering wordt gemaakt in de zin dat zij tot de schuldsaneringsprocedure kunnen worden toegelaten, mits er voldoende hulp of een voldoende sociaal vangnet aanwezig is om de regeling te laten slagen. Ter zitting is komen vast te staan dat daarvan in het geval van meneer sprake is. Daar komt bij dat het om een sterk gereduceerde verplichting gaat, nu A naar verwachting niet zou hoeven te werken of te solliciteren, terwijl de nakoming van de inlichtingenplicht en het voorkomen van nieuwe schulden feitelijk wordt verzorgd door de beschermingsbewindvoerder. De beschermingsbewindvoerder regelt immers de administratie van meneer.

Toelating overige voorwaarden

Op grond van deze overwegingen laat de rechtbank meneer toe tot de schuldsanering. Het verzoekschrift voldoet aan de eisen en gebleken is dat meneer in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, of dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden (art. 284 Fw). De overige gronden voor toewijzing van het verzoek zijn (art. 288 lid 1 Fw) voldoende aannemelijk gemaakt. Een saniet als deze is natuurlijk geen alledaags geval, en ook al geeft de hulp van de beschermingsbewindvoerder een zekere stabiliteit, toch zal deze zaak van de te benoemen Wsnp-bewindvoerder ook het nodige aan vaardigheden vragen. De rechter houdt in het benoemingsbeleid natuurlijk rekening met de specifieke aard van de zaak. Aan de ene kant is de Wsnp-bewindvoerder ook in een zaak als deze gewoon formeel toezichthouder, en moeten de gebruikelijke spelregels gelden; aan de andere kant is kennis van de sociale kaart en inlevingsvermogen in de wereld van de debiteur niet iets wat uitsluitend aan beschermingsbewindvoerders is voorbehouden.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, 12 juli 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2412

* Mr. dr. G.H. Lankhorst is beleidsadviseur bij de Directie Rechtsbestel van het
Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast is hij redactielid van het
Tijdschrift Schuldsanering en doceert en examineert Geert Lankhorst
in de Leergang Wsnp van OSR Juridische Opleidingen.

Vorig bericht
Afscheid van onze voorzitter Hans Lagendaal
Volgend bericht
Column Geert Lankhorst * – Spijtoptant wenst tussentijdse beëindiging

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.
keyboard_arrow_up