Column Geert Lankhorst – Geen verrekening na schone lei

Nieuws

Na een verkregen schone lei in de schuldsanering zijn de vorderingen van schuldeisers jegens de schuldenaar niet meer rechtens afdwingbaar. Dat betekent dat ook geen verrekening met deze schuldenaar meer is toegestaan. De schone lei maakt dat bestaande vorderingen worden omgezet in niet afdwingbare natuurlijke verbintenissen. Daarna valt er dan ook niks meer te verrekenen. Verrekening tijdens de duur van de schuldsanering kan op zich wel, maar alleen indien zowel de vordering van de schuldeiser als de schuld van de schuldenaar zijn ontstaan voor de toelating tot de schuldsaneringsregeling. Deze verrekeningsmaatstaf is strenger dan in faillissement.

Kernvraag: mag er gecompenseerd worden?

S was indirect bestuurder van een vennootschap die een scheepswerf exploiteerde. De curatoren van deze gefailleerde scheepswerf vragen het faillissement van S aan op grond van een veroordeling van S tot vergoeding van het boedeltekort van de failliete scheepswerf (de bestuurdersaansprakelijkheid van S). S laat deze schadevergoedingsvordering onbetaald. Het geschil spitst zich toe op een steunvordering, aangevoerd ter ondersteuning van dat faillissementsverzoek. Kernvraag is of een steunvordering van een schuldeiser D op S nog wel bestaat, of dat deze steunvordering reeds is verrekend, of nog steeds door S kan worden verrekend. Met het beroep op verrekening van de steunvordering wil S zich verweren tegen de faillissementsaanvraag. Schuldeiser D was in 2009 tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegelaten en had na het met succes doorlopen van die procedure de schone lei gekregen (art. 358 Fw).

Verrekening en WSNP

Het Hof had vastgesteld dat S haar tegenvordering op D pas verkregen had nadat D in de Wsnp was gekomen. Daarmee ging het dus niet om een verrekening van een “pre”-WSNP-vordering van S op D met een ”pre”-WSNP-schuld van S aan D. Art. 307 Fw bepaalt dat een verrekening (compensatie) van vordering en schuld tijdens de WSNP alleen is toegestaan indien is voldaan aan een dubbele maatstaf: namelijk dat beide zijn ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ook na afloop van de schuldsanering kan er niet meer worden verrekend. Want na toekenning van de schone lei (art. 358 Fw) blijft slechts een natuurlijke verbintenis in de zin van art. 6:3 BW over. De schuld van D aan S valt onder de schone lei. Het arrest van het Hof blijft in cassatie in stand. De Hoge Raad oordeelt dat S daarom ook na afloop van de schuldsanering van D niet meer kan verrekenen.  

Paritas creditorum

Die onmogelijkheid tot verrekening ná toekenning van de schone lei was overigens ook reeds in de wetsgeschiedenis aangenomen (Memorie van Antwoord, Kamerstukken II 1993/94, 22929, nr. 6, p. 12). De achtergrond van deze regel is de paritas creditorum: als een schuldeiser een vordering die onder de werking van de schuldsanering valt zou mogen verrekenen met zijn schuld van na de toelatingsdatum Wsnp, dan zou dat die schuldeiser in een betere rechtspositie brengen dan andere schuldeisers in de Wsnp die tijdens de duur van de schuldsanering geen vordering op de schuldenaar krijgen. De rechtspraak moet deze regel toch af en toe blijven bevestigen, omdat sommige schuldeisers – in het verleden zelfs de Belastingdienst – het toch blijven proberen om hun vordering te verrekenen tijdens of na de schuldsaneringsprocedure. Uitkerende overheids instanties willen nogal eens trachten om een uitkering te verrekenen met een reeds voor toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vordering op de saniet. Een dergelijk beroep wordt door de rechter dan niet gehonoreerd omdat het recht op een uitkering (in verreweg de meeste gevallen, afhankelijk van de specifieke uitkeringswet) telkens opnieuw (periodiek) wordt vastgesteld.

Verrekening buiten de WSNP

Indien de schuldsaneringsregeling is beëindigd, of indien er helemaal geen insolventieregime van toepassing is geweest, gelden voor de mogelijkheid om te verrekenen de (normale) regels van art. 6:127 e.v. BW. Omdat de schuldenaar van degene aan wie de schone lei is toegekend niet (meer) bevoegd is als schuldeiser de nakoming af te dwingen van een vordering die onder de schuldsanering viel, oordeelt de Hoge Raad dat hij met betrekking tot die vordering ingevolge art. 6:127 lid 2 BW niet bevoegd is om zich (alsnog) op verrekening te beroepen (Kamerstukken II 1992/93, 22969, nr. 6, p. 12). De ratio van de toekenning van de schone lei aan het einde van de schuldsanering staat daaraan in de weg, aldus de Hoge Raad.

Verrekening in faillissement

Let wel op: de compensatieregel in faillissementszaken is iets ruimer dan die in de WSNP. Want art. 53 Fw biedt een aanvullende verrekeningsmogelijkheid die in de WSNP niet bestaat. Ook daar geldt de regel dat vordering en schuld allebei moeten zijn ontstaan voor het faillissement. Maar er is een toegift: verrekenen mag ook indien beide (schuld aan de gefailleerde en vordering op de gefailleerde) “voortvloeien uit” handelingen die zijn verricht met de gefailleerde voor de datum van het faillissement. Dat biedt iets meer ruimte voor enige interpretatie.

Bron: HR 15 maart 2019, ECLI:NLHR:2019:377

Vorig bericht
BBW: ‘We dreigen een effectief instrument in de aanpak van schulden kwijt te raken
Volgend bericht
BBW café KEI/Toezicht – BBW café over digitalisering Wsnp-zaken

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.

Menu