Column Geert Lankhorst – “Bij verlengde looptijd geen sollicitatieplicht en geen verplichting tot boedelafdracht”

Na de reguliere looptijd van drie jaar weigeren rechtbank en hof de verlening van de schone lei. De rechtbank besluit tot een maximale termijnverlenging naar vijf jaar. In hoger beroep legt het hof een iets lichter regime op dan de rechtbank. Het hof oordeelt dat tijdens de verlengde looptijd voor de schuldenaar geen sollicitatieplicht geldt en evenmin een verplichting tot verdere boedelafdracht. Dit omdat de schuldenaar de overige schuldsaneringsverplichtingen wel behoorlijk is nagekomen, maar ook omdat de bewindvoerder hem eerder op de ontstane boedelachterstand had moeten wijzen.

A is in augustus 2017 toegelaten tot de Wsnp. Vlekkeloos verliep het niet. Hij had de informatie- en afdrachtplicht geschonden, met name na de beëindiging op 28 september 2018 van het beschermingsbewind, die plaatsvond op initiatief van de schuldenaar zelf. In mei 2020 is gebleken dat A, bij de aanvang van de Wsnp, € 447,- aan spaargeld had. Ook is bij de beëindiging van het beschermingsbewind € 2.778,- aan beheer- en leefgeld aan A overgemaakt. Tussen de Wsnp-bewindvoerder en de beschermingsbewindvoerder was afgesproken dat het saldo van die beheerrekening aan de schuldsaneringsboedel zou worden overgemaakt – dit is echter niet gebeurd.

Eerste aanleg: Maximale verlenging – met alle verplichtingen – als laatste kans

Op 28 augustus 2020 verlengde de rechtbank de looptijd tot 29 augustus 2022 (dat maakte in totaal een looptijd van 5 jaar) tenzij de boedelachterstand eerder zou zijn voldaan. Omdat A diverse keren door de bewindvoerder was gewezen op zijn verplichtingen, had hij kunnen en moeten weten dat de Wsnp niet naar behoren verliep en lag het op zijn weg tijdig contact te zoeken met de bewindvoerder om de tekortkomingen te repareren, aldus de rechtbank. A krijgt met de verlenging van twee jaren één laatste kans om zijn schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen en de bovenmatige achterstand in de boedelafdracht af te lossen. Dit omdat een beëindiging zonder een schone lei voor hem grote gevolgen zal hebben, en de tekortkoming in de inlichtingenplicht (grotendeels) ongedaan is gemaakt, maar ook nu zowel de bewindvoerder als A zich kunnen vinden in verlenging. A moet tijdens de verlengde looptijd voldoen aan alle verplichtingen. Hierbij heeft de rechtbank A gewezen op de toegevoegde waarde van een beschermingsbewind, dat eerder door hemzelf werd beëindigd, maar dit beschermingsbewind niet verplicht gesteld.

Hoger beroep: Maximale verlenging met een lichter regime

Kennelijk gaat A nu toch anders denken over de verlenging, want hij verzoekt in hoger beroep primair om toekenning van de schone lei zonder verlenging en, subsidiair, om een verlenging waarbij de reguliere boedelafdracht komt te vervallen. Wat vindt het hof Arnhem-Leeuwarden van dit beroepschrift ? Het hof rekent het hem aan dat hij het spaargeld heeft gehouden en dat hij de Wsnp-bewindvoerder niet heeft geïnformeerd. Als het A niet helemaal duidelijk was wat de status van het geld van de beheerrekening was, had hij daarover overleg moeten plegen met de Wsnp-bewindvoerder. Dat is niet gebeurd en komt voor rekening van A zelf. Ook moet hem worden aangerekend dat hij van de door zijn toenmalige werkgever aan hem uitgekeerde vergoeding van € 2.500 het bedrag dat hij naar de boedelrekening moest overmaken (€ 1.314,38) niet geheel maar slechts € 814,38 aan de boedelrekening heeft voldaan en het restantbedrag van € 500 zelf heeft gehouden. Door deze verzuimen heeft A een bovenmatige achterstand in de boedelafdracht laten ontstaan, en niet voldaan aan zijn afdrachtplicht. Het hof past de beoordelingsmaatstaf van artikel 354 lid 2 Fw toe: Er is geen sprake van een tekortkoming die gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing moet blijven. Deze tekortkoming rechtvaardigt dan ook de beslissing van de rechtbank om A in beginsel de schone lei te onthouden. Het hof oordeelt echter, evenals de rechtbank, dat appellant toch de gelegenheid moet krijgen om met een maximale verlenging van de looptijd van zijn schuldsanering alsnog de schone lei te verdienen. Het hof legt A daarbij een behoorlijk milder regime op dan de rechtbank deed. A wordt tijdens de duur van de verlenging namelijk vrijgesteld van de sollicitatieplicht en ook van de verplichting tot (verdere) boedelafdracht – met uitzondering van het bewindvoerderssalaris. Want A heeft tijdens de gehele schuldsaneringsregeling in de ogen van het hof in overwegende mate voldaan aan alle overige verplichtingen.

Boedelachterstand niet voldoende en tijdig kenbaar

Dit is niet de enige reden voor het lichtere regime. Ook is het hof gebleken dat de Wsnp-bewindvoerder aan A onvoldoende tijdig duidelijk heeft gemaakt dat er een boedelachterstand was en dat hij deze nog voor afloop van de reguliere termijn van drie jaar diende in te lopen om zijn schone lei veilig te stellen. Hoewel te begrijpen is dat de bewindvoerder tijdens de schuldsanering de berekening van het vrij te laten bedrag enige tijd heeft uitgesteld – omdat onzekerheid bestond over de afloop van het geschil tussen A en zijn werkgever waaruit mogelijk een vergoeding voor de boedel zou voortkomen – bestond wel al langer duidelijkheid over de boedelachterstand door het nog over te maken saldo van de beheerrekening uit het voorbije beschermingsbewind, aldus het hof. De bewindvoerder had A daarover al eerder moeten inlichten en hem moeten wijzen op de toen (ook) al bestaande boedelachterstand, inclusief de waarschuwing dat dit een beletsel zou kunnen zijn om na drie jaar de schone lei te krijgen. Ook uit de periodieke verslagen is niet op te maken dat dit is gebeurd. 

Expliciete waarschuwing

De les die uit dit arrest te leren valt is dus dat een bewindvoerder dergelijke waarschuwingen expliciet en tijdig behoort te geven en dat signaal ook in de halfjaarlijkse verslaglegging behoort op te nemen. Ook al zou je op zich zeggen dat de boedelafdrachtverplichting ook zonder (herhaalde) waarschuwing onverkort geldt en nagekomen dient te worden door de saniet. Zeker in een geval als dit waarin de forse boedelachterstand is ontstaan doordat de saniet een aantal malen geld voor zichzelf heeft behouden, en wist dat dat niet de bedoeling is. Met al deze toerekenbare tekortkomingen bepaald een mild arrest dus. A moet wel de overige verplichtingen blijven nakomen, dus de maandelijkse betaling van het bewindvoerderssalaris, de informatieplicht en de verplichting om geen nieuwe (bovenmatige) schulden te laten ontstaan. Bovendien moet A de verlenging gebruiken om de bestaande boedelachterstand van € 2.191,53 volledig in te lopen, om zo uiteindelijk de schone lei te kunnen verkrijgen. In twee jaar zou dat moeten lukken, zo is kennelijk de inschatting.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 19 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8427

Vorig bericht
Rectificatie bericht pilot nieuwsbrief 23 april/livegang pilot toevoegingen 1 mei
Volgend bericht
Voorbeeldbrief inzake kinderopvangtoeslagaffaire

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.

Menu