Column Geert Lankhorst * – Afwijzing dwangakkoord: saneringskrediet, maar mogelijk meer  verdiencapaciteit.

De overspannen arbeidsmarkt kan ook consequenties hebben voor de slagingskans van een voorstel tot schuldenregeling. Het voorstel dat in deze casus aan de schuldeisers werd gedaan was niet het maximaal haalbare. De Haagse rechtbank vond het aannemelijk dat verzoeker de komende drie jaar aan het werk zou kunnen blijven, mede gelet op zijn leeftijd en de huidige arbeidsmarkt, waarbij de banen, zeker in de bouwsector, voor het oprapen liggen. Zijn afloscapaciteit zal dus (kunnen) stijgen.

Een ton aan schulden en een saneringsakkoord

Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft verzoeker de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Verzoeker heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 101.847,92 aan zestien schuldeisers. Het is hem niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Alphen aan den Rijn heeft hij voor het laatst op 10 juni 2021 een schuldregeling aangeboden (via een saneringsakkoord).

Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 5,58% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 2,79%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. Verweersters zijn niet akkoord gegaan met dit voorstel. Verzoeker heeft aan hen de volgende schulden: 1. Woonforte € 7.885,54 7,74%; 2. Belastingdienst € 7.089,- 6,96%; 3. Belastingdienst € 49.634,- 48,73%; 4. Lease B.V. € 18.291,11 17,96%

Verschil van inzicht

Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft verzoeker op 11 maart 2022 bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Woonforte, de Belastingdienst en Lease B.V. dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, zou hij graag willen worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Verzoeker staat reeds onder beschermingsbewind. Woonforte heeft bij brief van 27 mei 2022 toegelicht waarom zij niet instemt met de aangeboden schuldregeling. De Belastingdienst heeft bij brief van 3 mei 2022 toegelicht waarom hij niet instemt met de aangeboden schuldregeling.

Verzoeker stelt dat het onredelijk is dat Woonforte, de Belastingdienst en Lease B.V. het gedane aanbod niet aanvaarden. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. Woonforte en de Belastingdienst hebben in de voormelde brieven diverse bezwaren geuit, met name vanwege de manier waarop de schulden zijn ontstaan, omdat volgens hen niet het maximaal haalbare is aangeboden, maar ook vanwege het betere toezicht in de WSNP.

Dubbele voorwaarde: formeel en materieel

Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan, zo stelt de Haagse rechtbank voorop. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde deskundige instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een inhoudelijke belangenafweging vaststellen dat het – alle omstandigheden in aanmerking genomen – onredelijk is dat Woonforte, de Belastingdienst en Lease B.V. weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

Bevoegde instantie

De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door PLANgroep verbonden aan de gemeente Alphen aan den Rijn. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarde, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd. Aan de eerste (formele) voorwaarde is dus voldaan.

Criterium

De rechtbank moet dan een belangenafweging maken. Het klassieke uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat personen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij personen met schulden zich drie jaar lang maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. De rechtbank doelt hier op de WSNP maar ook op het dwangakkoord van artikel 287a Fw. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van een (groot) deel van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.

Belangenafweging: niet het onderste uit de kan

Het is in deze casus niet onredelijk dat Woonforte, de Belastingdienst en de Lease B.V. hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. De vorderingen van deze weigerende schuldeisers maken met 81,39% het overgrote aandeel van de schuldenlast uit. Dat brengt mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat zij hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. In dit geval is in het bijzonder van belang dat het voorstel niet het maximaal haalbare is. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Verzoeker heeft een saneringskrediet aangeboden. Dat betekent dat hij een bedrag ineens heeft aangeboden en dat geen periodieke controle zal plaatsvinden van de arbeids(on)geschiktheid, aangezien ervan wordt uitgegaan dat die niet zal wijzigen.

Te verwachten afloscapaciteit

De rechtbank is echter met Woonforte en de Belastingdienst van oordeel dat deze verwachting onvoldoende vaststaat. De gemeente heeft hem vrijgesteld van de inspanningsplicht vanwege met name zijn verslavingsverleden en de psychische gevolgen hiervan, zodat hij eerst zou moeten re-integreren. Verzoeker heeft echter onvoldoende onderbouwd dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat hij dat de komende drie jaar zal blijven. Integendeel, zo redeneert de rechtbank: ter zitting heeft hij verklaard dat het inmiddels veel beter met hem gaat. Hij is ook al meer dan een jaar ‘clean’. Hij wil en kan graag werken, en kan na de zomer aan de slag als stratenmaker. Het is aannemelijk dat verzoeker de komende drie jaar aan het werk kan blijven, mede gelet op zijn leeftijd en de huidige arbeidsmarkt, waarbij de banen, zeker in de bouwsector, voor het oprapen liggen. Zijn afloscapaciteit zal dus (kunnen) stijgen. Daarom is het voorstel dat hij aan zijn schuldeisers heeft gedaan niet het maximaal haalbare. De rechtbank wijst het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord af. De slotsom is duidelijk: de huidige overspannen arbeidsmarkt, waarbij werkgevers zitten te springen om arbeidskrachten, soms ook in deeltijd en zonder de formeel vereiste startkwalificaties, maakt dat debiteuren van goede wil hun verdiencapaciteit ten behoeve van hun schuldeisers gemakkelijker dan voorheen kunnen verhogen.

Bron: Rechtbank Den Haag, 14 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7007

* Mr. dr. G.H. Lankhorst is beleidsadviseur bij de Directie Rechtsbestel van het
Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast is hij redactielid van het
Tijdschrift Schuldsanering en doceert en examineert Geert Lankhorst
in de Leergang Wsnp van OSR Juridische Opleidingen.

Vorig bericht
Column Geert Lankhorst * – Dwangakkoord met kostenveroordeling jegens CJIB

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.