Actualiteit (Geert Lankhorst) – “Voortijdig verzoek ontneming schone lei”

Nieuws

Als de slotuitdelingslijst nog niet is opgemaakt dan loopt de schuldsanering nog. In de woorden van de wet in artikel 356 Fw: de toepassing van de schuldsaneringsregeling is pas formeel van rechtswege beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. In deze zaak had de bewindvoerder de slotuitdelingslijst nog niet opgemaakt. Dan is een door de bewindvoerder ingediend ontnemingsverzoek voortijdig gedaan en kan een beslissing tot ontneming van de schone lei niet in stand blijven.

Op 25 oktober 2016 is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op A en B. Zij zijn in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Zij maken gebruik van budgetbeheer bij de Stadsbank Oost Nederland en staan sinds 14 februari 2019 ook onder beschermingsbewind. De rechtbank Overijssel (Almelo) stelde op 5 november 2019 vast dat zij niet waren tekortgeschoten in de nakoming van hun schuldsaneringsverplichtingen en kon zodoende aan hen de schone lei verlenen. Drie maanden later, bij brief van 13 februari 2020, heeft de bewindvoerder de rechtbank verzocht om hen de schone lei weer te ontnemen. De rechtbank vonniste op 27 mei 2020 conform dit verzoek van de bewindvoerder. A en B hebben daarop bij beroepschrift aan het hof verzocht om te bepalen dat de schone lei toch van toepassing blijft. Waar was het ontnemingsverzoek van de bewindvoerder op gebaseerd?

Teruggave Belastingdienst en gemanipuleerde bankafschriften

November 2018 had de Belastingdienst vastgesteld dat A (de vrouw) recht had op een teruggave inkomstenbelasting over 2017 van € 2.183. Na verrekening van de op dat moment openstaande motorrijtuigenbelasting over 2017 en 2018 had de Belastingdienst een bedrag van € 1.306,00 naar de bankrekening van de Stadsbank overgemaakt, welk bedrag op 21 november 2018 werd ontvangen. De Stadsbank heeft op 24 november 2018 een bedrag van € 1.007,09 overgemaakt op de privé-bankrekening van A en B. De man B heeft volgens zijn zeggen A niet over haar teruggave ingelicht en met dat bedrag een reparatienota van de auto voldaan. Op het aan de bewindvoerder overgelegde bankafschrift heeft B handmatig de teruggave van € 1.306,00 verwijderd en gewijzigd in een betaling van € 6,00 (dus zonder de eerste drie cijfers) en de bovenaan het bankafschrift vermelde totale bijgeschreven en afgeschreven bedragen eveneens gewijzigd. Daarnaast heeft hij de afschriften van de leefgeldrekening zo aangepast, dat ook daarin de doorbetaling door de Stadsbank van € 1.007,09 is weggehaald wat de eerste drie cijfers betreft, en vervangen door een bijschrijving van € 7,09.

Crediteurenbenadeling

De rechtbank heeft zoals gezegd, op basis van het ontnemingsverzoek van de bewindvoerder, ex artikel 358a Fw aan A en B de schone lei ontnomen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat A en B tijdens de schuldsanering bankafschriften hebben vervalst met de bedoeling de belastingteruggave over 2017 buiten de schuldsaneringsboedel en buiten het zicht van de bewindvoerder te houden. Dit terwijl die teruggave in die boedel had moeten vloeien en daarin, gelet op de berekening van het vrij te laten bedrag, had moeten blijven. De rechtbank overweegt dat indien de geraffineerde valsheid in geschrift – met als doel geld buiten de boedel te houden – tijdens de schuldsanering bekend zou zijn geworden, dat reden zou hebben opgeleverd voor een tussentijdse beëindiging op grond van schuldeisersbenadeling (art. 350 lid 3 onder e, Fw). Het aanbod van A en B om het bedrag waarmee de schuldeisers zijn benadeeld alsnog aan de schuldsaneringsboedel over te maken, maakt dit oordeel niet anders, aldus de rechtbank.

Geen formeel beëindigde schuldsaneringsregeling

In hoger beroep bij het Hof aanbeland betogen A en B dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat op grond van art. 358a lid 1 Fw hun schone lei zou moeten worden ontnomen. In hun situatie had een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregelingen ingediend moeten worden. En dus niet de weg van art. 358a Fw gevolgd mogen worden. Daarbij had de rechtbank dan in het kader van de beoordeling van een tussentijdse beëindiging rekening kunnen houden – aldus A en B – met de feiten en omstandigheden van A en B en had de rechtbank kunnen besluiten dat verzoek tot tussentijdse beëindiging af te wijzen of de termijn van hun schuldsaneringsregeling te verlengen, om hun de kans te geven de benadeling van de schuldeisers ongedaan te maken.

Slotuitdelingslijst nog niet verbindend

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat deze grief slaagt. Het Hof redeneert strikt op basis van de wettelijke procedureregels. Ingevolge art. 358a lid 1 Fw kan de rechter op verzoek van iedere belanghebbende (en dus ook de bewindvoerder als belangenbehartiger van de gezamenlijke schuldeisers) bepalen dat art. 358 lid 1 Fw verder geen toepassing vindt indien na de beëindiging van de schuldsanering is gebleken van zich voordien voorgedane feiten en omstandigheden die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging ex art. 350 lid 3 onder e, Fw. Die situatie doet zich pas voor als de schuldsaneringsregeling beëindigd is. Op grond van art. 356 lid 2 Fw is de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege beëindigd, onder meer zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden conform art. 349 lid 5 Fw – juncto art. 180 en 183 Fw. In dit geval, zo constateert het Hof,  heeft de bewindvoerder ter zitting in hoger beroep verklaard dat de slotuitdelingslijst (nog) niet is opgemaakt. Dit betekent naar het oordeel van het Hof dat het ontnemingsverzoek dus voortijdig is gedaan en dat de beslissing tot ontneming van de schone lei niet in stand kan blijven. Een formeel correcte afloop, maar toch praktisch wel eigenaardig. Dat de bewindvoerder een ontnemingsverzoek deed lijkt op zich verklaarbaar nu er al een schone lei vonnis lag. Maar nu de schuldsanering formeel nog loopt, en de bankafschriftvervalsing een zeer serieuze en bewuste crediteurenbenadeling blijft, zal de bewindvoerder op de valreep hoogstwaarschijnlijk alsnog een tussentijds beëindigingsverzoek gaan indienen waarover verder geprocedeerd kan gaan worden.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 juli 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:5445

Vorig bericht
Saldo beheerrekening in beschermingsbewind en boedel Wsnp
Volgend bericht
Boedelrekeningen Kasbank

Gerelateerde berichten

Niets gevonden.

Menu